Lieve allemaal,
Ruim 2 jaar geleden meldde ik mij aan bij een loopgroep: de Stadsparklopers. Doel: struktureel blijven lopen, ook als het weer niet aantrekkelijk is en de dagen korter worden. Van 1x in de week lopen kwam er al snel een 2e en 3e keer per week lopen bij. Ik vond allemaal medelopers onder vrienden en familie, maar ook via via leerde ik nieuwe lopers kennen. Korte loopjes werden langere loopjes, er volgden trailruns en halve marathons.
Het lopen heeft mij veel meer opgeleverd dan ik ooit verwacht had: verbinding, nieuwe inzichten, ontspanning, doorzetten of juist een pas op de plaats maken (luisteren naar je lijf), genieten van de buitenlucht en de natuur. Door letterlijk en figuurlijk sterker op mijn benen te staan durfde makkelijker knopen door te hakken en werd ik besluitvaardiger.
De energie die het lopen mij oplevert neem ik mee in mijn dag, mijn werk en mijn gezin. Ik ben minder moe en voel me vitaal.
Tijdens de halve marathon van Schoorl, waar ik het snot voor de ogen liep over of eigenlijk door een blubberig pad, nam ik mij vurig voor me nooit over te laten halen tot het lopen van een marathon. Ookal leverde het lopen mij veel op, ik vond het gewoon echt genoeg na 21km. Elke stap meer leek volstrekt overbodig en te tijdrovend.
Het is ook niet gebeurd, niemand heeft mij overgehaald toch die marathon te lopen. Toch werd ik besmet met het marathonvirus. Het gebeurde na een fantastische trail rondom Schipborg, waar ik met 3 andere lopers (waaronder mijn zus die in training was voor Stockholm) 30km liep. Laten we het een “runners-high” noemen, maar daarna besloot ik, door de eveneens geënthousiasmeerde Mirjam, me net als haar in te schrijven voor de marathon van Florence. Wel nam ik mij voor dit avontuur zo stressloos mogelijk tegemoet te treden. Ik had in mijn omgeving gezien wat voor impact de voorbereiding op de psyche en het lichaam heeft en dat leek me het niet waard. Mijn lieve broer schreef mijn trainingsschema wat een mooie houvast bleek. Geen eindtijd in mijn hoofd, gewoon stabiel en rustig uitlopen.
Mijn vocabulaire werd uitgebreid met woorden zoals Yasso’s, 4x4 Norwegians, taperen, stapelen, massage-guns en “naar de vaantjes gaan”.
De weg naar de marathon bleek toch wat meer drempels te kennen dan gehoopt. Helaas was er al snel de eerste heup:bil-blessure. Ook ik leerde de wereld van manueel therapeuten kennen en liet menig naald in mijn spieren prikken. Na de zomer kwakkelde ik met virusjes en vervolgens kreeg ik (vooral tijdens het lopen) een kloppende pijn in mijn kaak. Ik bleek een vette ontsteking te hebben onder een kroon en er moest een kies getrokken worden. De antibiotica weigerde ik want wat zou dat doen met mijn lijf en trainingen? Toen ik me eindelijk weer fit voelde liep ik een heerlijke halve marathon van Amsterdam. De weg richting Florence lag weer open. Helaas gooide na 1 week fit-zijn de zoveelste COVID-infectie weer roet in het eten. Ik besloot (een beetje) naar mijn lijf te luisteren en paste mijn trainingen iets aan. Toch zwoegde ik me door de lange duurloop heen die week, waarbij mijn neus het hardst liep.
Afgelopen zaterdag liep ik mijn laatste lange duurloop. Ik pakte de starttijd van de marathon, oefende met stapelen, elektrolyten, gelletjes en winegums. En het ging super! Eigenlijk hoort een generale slecht te gaan, maar als er geen nieuwe kwalen op mijn pad komen, heb ik genoeg vertrouwen op een prachtige ervaring in Florence op 24-11 aanstaande.
Maar als je me nu vraagt: waarom ga je een marathon lopen, vind ik het nog steeds lastig deze vraag te beantwoorden. Wellicht wordt me dat pas duidelijk als ik de finish passeer.
Wel is er in elk geval een hele mooie reden waar ik elke zware km aan kan denken: mijn broertje is “goede doelen-trainer”. Hij heeft mij “gratis” begeleid met schema en adviezen (ook buiten werktijd om en soms in ruil voor een alcoholvrij biertje of een smoothy.)
Hij vraagt een donatie aan een goed doel te doen in ruil voor zijn begeleiding.
Ik vind dit echt fantastisch en een enorme motivator tijdens de zware stukken over de bruggen en kasseien van Florence en ga zeker zelf doneren.
Ik kon eigenlijk niet kiezen voor welk doel, dus heb er voor nu 2 gekozen.
Dit jaar kregen meerdere mensen die mij lief zijn de rotziekte kanker, waaronder mijn moeder. Wonderwel genas zij voor de tweede keer. Collega’s, vrienden en familie met kanker leveren elke dag de strijd om deze ziekte te overwinnen.
In mijn werk is er uiteraard ook de dagelijkse confrontatie. Ik verloor een van mijn bijzonderste patiënten dit jaar na een oneerlijke strijd op veel te jonge leeftijd.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn lieve pappa, die alweer 17 jaar geleden ons verliet na een kort en oneerlijk ziekbed op veel te jonge leeftijd.
Pap, kom je de 24-ste nog wel even door met een zonnestraaltje, liefst zo rond de 30km?
Ik kan niet anders dan lopen met hen en al die mensen die hun strijd (dat is pas topsport) nu leveren of geleverd hebben in mijn achterhoofd. Een deel van mijn donatie gaat dan ook naar de KWF.
En een ander deel zal ik doneren aan Artsen zonder Grenzen, omdat ik dit de meest dappere en toegewijde collega’s op deze aardbol vind en dat ze, helaas, heel hard nodig zijn.
Mocht je een donatie willen doen, al is het een symbolisch bedragje, dan kan het via deze link.
Ik ga genieten de 24-ste en mijn uiterste best doen gezond en met een lach op mijn gezicht te finishen.
Liefs, Tamar