Enschede, maart 2020
Vrienden voor het leven, ook al is het leven nog maar voor even
Ingrid is 49. In mei wordt ze 50. Als je 50 wordt, zie je normaal gesproken – bij de meisjes – Sarah, maar Ingrid ziet achter Sarah aan het einde van de gang het bordje Uit flikkeren. Ingrid heeft blaaskanker. De chemo sloeg niet aan. Ze ondergaat een immunotherapie, waarvan ze hoopt dat die de kanker eronder krijgt. Ze hoopt het van harte, maar is toch bang dat het voor haar eerdaags einde oefening is. ‘Ik neem alvast een voorschot op als het niet goed gaat.’ Ze sorteert zogezegd voor op de dood die komen gaat:
Die is niettemin niet haar grootste zorg. ‘Doodgaan maakt mij niet uit’, zegt ze, ‘maar afscheid nemen van de mensen die achterblijven wel.’ En dan bedoelt ze op de eerste plaats haar 10-jarige dochter en haar partner Mark.
Ze vertelt van haar zorgen op de rand van het bed. Dat is in de woonkamer neergezet. Ze heeft er twee vensters op buiten: op de straat en de televisie. Mark is er en er zijn twee vrienden. Het zijn de vrienden die willen dat ze haar verhaal vertelt. Die maken zich nogal zorgen over hoe de nalatenschap van Ingrid er uit zal zien. Financieel gezien in ieder geval beroerd. Daar willen de vrienden verandering in brengen. Ze zijn een inzameling begonnen, een crowdfunding zoals dat tegenwoordig heet. Ingrid heeft vrede met het initiatief. Ze zegt liever hulp te geven dan te nemen. ‘Nu moeten we hulp vragen. Ik heb er enige moeite mee. Maar aan de andere kant: wie niet waagt die niet wint.’
Hun doel is tweeledig: Ingrid verdient een nette begrafenis en er moeten nog wat schulden worden vereffend om Mark en dochter schuldenvrij aan een leven na Ingrid te laten beginnen. Ingrid is het vooral om haar dochter te doen. ‘Ik droom van het kind’, zegt ze.
Het streefbedrag is 15.000 euro en misschien iets meer als studiebuffer voor hun dochtertje.
Wie doneert mag best weten waarom de financiën zijn ontspoord. Door pech. Mark en Ingrid werk(t)en in de zorg. 24 jaar geleden leerden ze elkaar kennen bij ’t Bouwhuis. Op zo’n beetje de meest romantische plek die er is: in het fietsenhok.
Dat Ingrid in de zorg aan het werk ging, was een weinig bijzonder. Ze heeft een handicap. Ze is lichtspastisch. Waar anderen zo hun twijfel hadden, was zij overtuigd dat het kon. En het kon. Ze bracht het tot teamleider bij ’t Bouwhuis.
Twaalf jaar geleden, bij een reorganisatie, verloor ze haar baan. De economie ging de eerste van een reeks crisisjaren in en Ingrid was werkloos. Crisis en je baan verliezen, zo’n beetje de meest ongelukkige combinatie die je kunt bedenken.
Een paar jaar geleden werd Mark ernstig ziek en belandde hij in de ziektewet.
Onderweg raakten de financiën in de war en raakten ze in de schulden bij Belastingdienst en ziektekostenverzekeraar. Mark vertelt bitter hoe onvermurwbaar vooral de Belastingdienst is.
Toen vorig jaar bij Ingrid blaaskanker werd geconstateerd, met alle gedoe van dien, werd het Ingrid en Mark te veel. Mark: ‘We waren aan het knokken op verschillende terreinen.’ De ellende ontging de vrienden van het stel niet. Om met Mark te spreken: ‘Wat toen gebeurde… dat steeds meer mensen in de benen kwamen.’ Vrienden namen Ingrid mee voor een weekendje weg en de dochter voor een dagje uit.
De vrienden van Ingrid en Mark en hun dochtertje willen het gezin een financieel kontje geven. Vandaar de oproep om ze te ondersteunen. Om Ingrid een fatsoenlijke begrafenis te geven en Mark en dochter schuldenvrij te doen leven.
De vrienden werken nog een vlekje weg. Mark en Ingrid begonnen hun leven als paar in het fietsenhok van ’t Bouwhuis. Al zijn ze 24 jaar onderweg, ze vergaten te trouwen. Vrijdag 6 maart zijn ze in het huwlijk getreden, gearrangeerd door de vrienden, met een borrel na bij Friends. Alles is, met hulp van derden, geregeld van de drankjes en hapjes, kleding, ringen, bloemen en fotograaf.
Het bordje Uit flikkert voor Ingrid. Maar als ze gaat zal het niet zonder vrienden zijn. In welke stijl ze gaat, is aan u. Mocht de therapie aanslaan, even goede vrienden, maar met minder zorgen. Veel minder zorgen.