Amin was altijd een ambitieuze jongen. Hij groeide op in een klein dorp en had altijd grote dromen. Hij wilde de eerste in zijn familie zijn die naar de universiteit zou gaan en later een succesvolle carrière opbouwen. Zijn moeder, Aicha, was zijn grootste supporter. Ze werkte hard als schoonmaakster om hem door de middelbare school te helpen en gaf alles wat ze had om zijn dromen waar te maken.
Toen Amin zijn plek aan de universiteit kreeg, was hij de gelukkigste persoon ter wereld. Zijn moeder had tranen in haar ogen toen ze hem naar zijn nieuwe studentenwoning bracht. Ondanks dat ze niet veel geld hadden, deden ze er alles aan om zijn studie mogelijk te maken. Amin leende geld bij de overheid en hoopte dat hij, zodra hij zijn diploma had, snel een baan zou vinden om alles terug te betalen.
Maar het leven liep anders dan Amin had verwacht. Een paar maanden nadat hij met zijn studie was begonnen, kreeg zijn moeder gezondheidsproblemen. Ze kon niet meer werken en had zorg nodig. De rekeningen voor de zorg stapelden zich op, en Aicha kon niet meer rondkomen. Amin voelde zich verscheurd. Aan de ene kant wilde hij blijven studeren en zijn dromen najagen, maar aan de andere kant kon hij zijn moeder niet in de steek laten.
Na weken van twijfelen nam hij een hartverscheurende beslissing: hij stopte met zijn studie om naar huis terug te keren en zijn moeder te helpen. Hij nam verschillende baantjes aan, vaak voor het minimumloon, om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar het geld dat hij verdiende, was niet genoeg. De medische kosten van zijn moeder waren hoog, en omdat hij zijn studie had afgebroken, bleef hij met een grote studieschuld achter zonder diploma om hem te helpen een betere baan te krijgen.
Elke dag werd de last van de schuld zwaarder. Amin probeerde te sparen, maar elke euro die hij verdiende, ging naar de rekeningen of de zorg voor zijn moeder. De rente op zijn studieschuld bleef groeien, en hij voelde zich steeds meer gevangen in een situatie waar hij geen uitweg uit zag. Zijn vrienden van de universiteit gingen door met hun studies en begonnen succesvolle carrières, terwijl Amin in dezelfde baantjes bleef hangen zonder perspectief op verbetering.
Amin hield van zijn moeder en zou alles voor haar doen, maar hij voelde zich soms bitter over het leven dat hij opgaf. De toekomst die hij voor zichzelf had voorgesteld leek onbereikbaar. Zijn dromen van succes en financiële stabiliteit waren vervangen door eindeloze schulden en de zorg voor een zieke ouder.
Hij keek vaak naar zijn oude studieboeken, nu stof verzamelend op de plank, en vroeg zich af hoe zijn leven eruit zou hebben gezien als het anders was gelopen. Maar hoe moeilijk het ook was, hij wist dat hij geen andere keuze had gehad. Zijn moeder had hem zijn hele leven gesteund, en nu was het zijn beurt om voor haar te zorgen, zelfs als het betekende dat hij zijn eigen dromen moest opofferen.