Jesper was een hardwerkende jongen die Social Work studeerde, vastbesloten om mensen in moeilijkheden te helpen. Maar het leven was zwaar. Hij werkte in een café om zijn studie te betalen, maar zijn inkomen was nooit genoeg. Zijn appartement was klein en zijn kleding versleten, vooral zijn schoenen, die kapot en lelijk waren.
Op een dag werd er een feestje georganiseerd door zijn studiegroep. Jesper wilde er graag heen, eindelijk eens wat ontspanning, nieuwe mensen ontmoeten. Maar toen hij in de spiegel keek, zag hij alleen zijn versleten schoenen en voelde hij zich te klein en onzeker om tussen de anderen te staan. Ze zouden lachen, hij zou zich niet kunnen aanpassen.
Dus bleef hij thuis, zijn studieboeken in de hand, maar diep van binnen voelde hij de pijn van buitensluiting. Jesper wilde helpen, maar hij had zelf geen plek waar hij zich gezien voelde.