Twaalf jaar geleden besloot mijn vader zijn droom na te jagen. Met veel hoop en ambitie opende hij zijn eigen eenmanszaak. In het begin ging het goed; de klanten kwamen, het werk was vol passie en elke dag voelde als een stap dichter bij zijn doel. Mijn vader was trots op wat hij had opgebouwd, en wij, als gezin, waren trots op hem. Het leek alsof alles goed zou komen.
Maar toen kwam de mislukte samenwerking. Wat begon als een kans om zijn bedrijf groter te maken, eindigde in een nachtmerrie. De beloftes die waren gemaakt, werden niet waargemaakt, en de verliezen stapelden zich op. De frustratie en de teleurstelling waren groot, maar mijn vader gaf niet op. Hij bleef hard werken, hoopte dat hij het weer zou kunnen rechtzetten.
Toen, in 2020, brak de coronapandemie uit. Het was alsof de wereld ineens stil stond. Klanten verdwenen, orders werden geannuleerd, en de inkomsten kwamen nauwelijks binnen. Terwijl veel bedrijven steun kregen, was het voor mijn vader te laat om zijn verliezen in te halen. Door de jarenlange strijd, de mislukte samenwerking en de lockdowns kwam hij terecht in een schuldenput van 35.000 euro.
Nu, twaalf jaar na de start, staat mijn vader niet meer op de plek waar hij ooit stond. Hij heeft nog steeds passie, maar de zorgen wegen zwaar op zijn schouders. Het is financieel niet makkelijk voor ons thuis. We voelen allemaal de druk. Mijn vader, die altijd de rots was waarop we konden bouwen, moet zich nu elke dag opnieuw staande houden. Het voelt alsof we langzaam onder het gewicht van de schulden zakken.
Ik weet dat hij niet snel zal opgeven, maar ik maak me zorgen. Het is moeilijk om hem zo te zien. Wat begon als een droom, is nu een strijd om overeind te blijven. Als gezin proberen we hem te steunen, maar soms lijkt het alsof we er niet genoeg voor hem kunnen zijn. Het is niet alleen een strijd voor hem, maar voor ons allemaal.